We hebben 150 gasten en geen leden online

Hier vind je een samenvatting van de wetsvoorstellen die zijn ingediend rond een statuut voor pleegzorgers. Het is een overzicht van de meest relevante punten (in mensentaal) van de wetsvoorstellen die CD&V en NVA hebben ingediend. De wetsvoorstellen vind je op wetsvoorstellen CD&V en NVA

 

Pleegzorgers bieden kinderen, jongeren of volwassenen een warme thuis aan. Evenwel beschikken pleegzorgers niet over een statuut dat hun rechten en plichten regelt. Daarom het voorstel om pleegzorgers welbepaalde rechten toe te kennen die inherent zijn aan de opvang in een pleeggezin zonder afbreuk te doen aan de rechten van de ouders en dit alles in het belang van het kind. Er mag geen afbreuk worden gedaan aan de rechten van de ouders. De ouders behouden exclusief het recht om beslissingen te treffen over fundamentele aangelegenheden: Dit is geloof, het schoolnet (vrij onderwijs of GO) en narcose. De staat dient alle maatregelen te treffen om kind en ouder te herenigen, maar dit is niet absoluut. Deze maatregelen moeten getoetst worden aan het belang van het kind. Bij een terugkeer moet er aandacht zijn voor de voorbereiding hiervan. “De aard en de omvang van dergelijke voorbereiding kunnen weliswaar afhangen van de omstandigheden van iedere zaak afzonderlijk, maar het vergt altijd de actieve en bereidwillige samenwerking van alle betrokkenen.” Pleegzorgers die voor een feitelijke tijd (minimale duur?) de zorg opnemen voor een kind, moeten het recht hebben om een gezins- en familieleven op te bouwen en het privéleven van het kind en de pleegzorger dient beschermd te worden. Het EHRM (Europees Hof van de Rechten van de Mens) oordeelde dat na terugkeer er de mogelijkheid moet zijn voor een omgangsrecht na terugkeer naar de ouders mits de nodige omkadering.

  Belangrijke principes:

  • Een systeem van toezicht op pleeggezinnen dat voldoende materiële en financiële steun kunnen bieden met het zicht op de ontwikkeling van het kind. Dit is wat een pleegzorgdienst doet.
  • in dagelijkse en dringende aangelegenheden moeten pleegouders in naam van de wettelijke vertegenwoordigers van het pleegkind het ouderlijk gezag kunnen uitoefenen;
  • pleegouders moeten hun mening kunnen laten kennen voor belangrijke beslissingen betreffende de persoon van het pleegkind
  • Wanneer een kind echt geïntegreerd is in een pleeggezin moeten pleegouders bepaalde aspecten van het ouderlijk gezag kunnen uitoefenen, waaronder het bewaringsrecht (het recht het kind bij zich te houden)
  • Zowel pleegouder als kind (met voldoende maturiteit) moeten hun standpunt kunnen laten horen. Bij beslissingen dient het belang van het kind te primeren.

Concreet willen ze de volgende rechten toekennen aan pleegzorgers:

  • In dagelijkse en dringende zaken moeten pleegouders het ouderlijk gezag kunnen uitoefenen. De ouders behouden recht van toezicht.
  • Pleegouders worden betrokken in alle procedures met betrekking van het kind en kunnen zich ten allen tijd wenden tot de JRB.
  • Het toekennen van een blokkaderecht waardoor ouders niet onmiddellijk het kind kunnen wegtrekken uit het gezin waarin het genesteld is.
  • Na afloop van een pleegplaatsing is er omgangsrecht . Enkel het belang van het kind kan dit beletten.
  • Een rechter kan de inschrijving in het bevolkingsregister van het kind bij de pleegzorgers bepalen.

 

Indien de opvangsituatie reeds meer dan één jaar duurt, kunnen er bevoegdheden van het ouderlijk gezag overgedragen worden:

1° hetzij bij bekrachtigde overeenkomst;

2° hetzij bij rechterlijke beslissing. Alle of bepaalde bevoegdheden van het ouderlijk gezag aan pleegouders.

In de overeenkomst of de rechterlijke beslissing moet daarenboven bepaald worden:

1° de plaats waar het minderjarige kind in het bevolkingsregister wordt ingeschreven als hebbende aldaar zijn hoofdverblijf;

2° de onderhoudsbijdrage die elk van de ouders in uitvoering van artikel 203 moeten betalen;

3° of de overdracht het verlies van het recht op genot bedoeld in artikel 384 van het Burgerlijk Wetboek met zich meebrengt.

De bevoegdheden die toegekend worden hangen nauw samen met het feitelijk verblijf van het kind in het opvanggezin. De opvang van het kind in dit gezin mag geen aanleiding geven tot bijkomende moeilijkheden dan die waarmee het kind reeds werd geconfronteerd. Met dit decreet dient ook heel wat aangepast worden aan het familierecht waarover de nodige tijd gaat om dit te bestuderen. Samenvatting wijzigingen nodig in familierecht: Dit wetsvoorstel strekt ertoe een statuut in voeren dat aan pleegouders bepaalde rechten en plichten toekent zonder de belangen van andere betrokken te miskennen. Het voorstel baseert zich op de volgende principes:

1) er is nood aan een systeem van toezicht op de pleeggezinnen teneinde te verzekeren dat zij de nodige morele en materiële steun kunnen verlenen met het oog op een goede ontwikkeling van het pleegkind;

2) in dagelijkse en dringende aangelegenheden moeten pleegouders in naam van de wettelijke vertegenwoordigers van het pleegkind het ouderlijk gezag kunnen uitoefenen;

3) pleegouders moeten hun mening kunnen laten kennen voor belangrijke beslissingen betreffende de persoon van het pleegkind;

4) wanneer een kind echt geïntegreerd is in een pleeggezin, moeten de pleegouders kunnen vragen bepaalde aspecten van het ouderlijk gezag uit te oefenen, hierin begrepen het bewaringsrecht (het kind bij zich te houden);

5) alvorens er beslissingen worden genomen betreffende het voorgaande geval of tot beëindiging van de pleegzorg, moeten pleegouders de mogelijkheid hebben hun standpunt te laten horen. Ook het kind dat over voldoende maturiteit beschikt, dient te worden gehoord. Bij beslissingen dient het belang van het kind te primeren.