We hebben 87 gasten en geen leden online

Van Slotmoment naar Startmoment
Participatie in Pleegzorg 

Zaterdag 1 februari, een zaterdagmorgen waarop men liever languit in bed wil blijven liggen in plaats van regen en wind te trotseren om in hartje Brussel aanwezig te zijn op het slot – moment ‘ Participatie in Pleegzorg ‘.Maar gelukkig , bijna alle leden van de werkgroep en de genodigden waren aanwezig. Het warme onthaal dat ons te beurt viel in de lokalen van de vzw Pleegzorg Vlaams - Brabant – Brussel maakte dan ook heel veel goed. 

 

Yves Vandeginste, facilator van de werkgroep, heette iedereen welkom. Hij bedankte de leden van de werkgroep voor hun inzet en héél speciaal Barbara Demeyer die het initiatief en alle voorbereidingen voor dit slotmoment op zich heeft genomen.

Bedankt Barbara!

Het is zoals Barbara het zelf verwoorde: dat ze er geen vrede kon mee nemen om het resultaat van de ‘ werkgroep participatie ‘ zomaar per mail naar de directies door te sturen. De feestelijke manier waarop dit nu heeft plaatsgevonden kan dan ook terecht gezien worden als het ‘ Startmoment ‘Participatie in pleegzorg ‘.

 

Barbara gaf ons in haar uiteenzetting de aanzet en resultaten mee van de werkgroep ‘ Participatie in Pleegzorg ‘. Eigenlijk ligt er nu een blauwdruk voor een huishoudelijk reglement zo goed als klaar op tafel! Barbara sprak de hoop uit dat ze voldoende interesse heeft kunnen opwekken om de teksten ten gronde erop na te lezen.

Nadien gaf Barbara het woord aan Barbara Glorieux en Xenia Langen van Cachet vzw, aan Ingrid Crabbe coördinator vzw Roppov, Els Vanachter voorzitter Vlaamse Vereniging voor Pleeggezinnen, Benedikte Van Den Bruel vanuit het standpunt van de overheid en Daniëlle Decorte in naam van de directies.

Er is met het nieuwe decreet een keuze gemaakt om alle betrokkenen in de participatieraad een plaats te geven. Dit is een duidelijke keuze, dit is ook een uitdaging     volgens Ingrid Crabbe Vzw Poppov.

Ingrid doet ook een oproep om in de werking van de participatieraden het genoemde onevenwicht zo min mogelijk te laten doorwegen. Aandacht voor de andere positie van cliënten en het onevenwicht in overleg met overheid en diensten. Weet dat cliënten een andere positie en benadering binnenbrengen en zie dit als een evidentie en een verrijking, ook al valt dit niet binnen het professionele, meer theoretische, beter hanteerbare kader.

Cachet vzw gaf aan dat het belangrijk is om een uitgesproken visie en een gemeenschappelijk doel voor ogen te houden. Jongeren moeten weten waarom ze samenkomen en wat ze ermee bereiken.

Elkaar ontmoeten, hun verhaal kwijt kunnen, gemeenschappelijke ervaringen opdoen, bepaalde thema’s ter sprake brengen, het creëert verbondenheid en kracht dat is de ervaring binnen de werking van Cachet.

Els Vanachter ( Vlaamse vereniging voor Pleeggezinnen vzw ) gaf mee dat de verwachtingen bij de pleegoudervereniging hoog gespannen zijn.

Participatie dient een belangrijke plaats binnen pleegzorg te krijgen, zo veel is duidelijk. Als hier werk van gemaakt wordt, zal het een meerwaarde zijn voor alle betrokken partijen in pleegzorg. De basis ligt volgens haar bij het opzetten van steungroepen voor de verschillende doelgroepen. Met de Vlaamse Vereniging voor Pleeggezinnen hebben ze de ervaring dat pleegouders samenbrengen heel deugddoend en verrijkend kan zijn. Tijdens weekends komen ook pleegkinderen in contact met andere pleegkinderen. Als mensen het gevoel krijgen dat er écht naar hun ervaringen geluisterd wordt, komen ze vanzelf tot participatie. Benedikte Van den Bruel ( beleid ) was blij verrast met het mooie eindresultaat dat geleverd is op zo’n korte tijd. Danielle Decorte nam in naam van de directies het woord en sprak haar waardering uit en voelde bij de deelnemers een grote betrokkenheid en de drive om er iets van te maken.

Danielle gaf ook mee dat naast de oprichting en het werkbaar maken van een participatieraad op provinciaal niveau, het ook de verantwoordelijkheid van de directies is om na te gaan hoe medewerkers, begeleiders en administratieve medewerkers, in hun dagdagelijkse werkpraktijk, participatief aan de slag gaan in de omgang met kinderen, jongeren, volwassenen, cliënten, ouders en pleegouders.

De diensten moeten het participatief werken voor begeleiders in hun begeleidingen mogelijk maken, hen hierin ondersteunen en hen voeding/vorming geven zodat zij hiervoor de nodige vaardigheden ontwikkelen. Zonder een participatieve wijze van omgaan op dit microniveau zal participatie op provinciaal niveau eerder een lege doos blijven.

Ten slotte sprak Danielle de hoop uit om als directie van dichtbij betrokken te worden bij de werking van de provinciale participatieraad en te kunnen deelnemen aan de gedachtewisselingen tussen de verschillende betrokkenen die er deel van uitmaken. En dit vanuit haar geloof in de kracht van directe dialoog om elkaar en elkaars noden te leren kennen/aanvoelen, muren tussen mensen te slopen, toegangsdrempels te verlagen. 

Laat ons met alle betrokken partijen ons uiterste best doen om van ‘ Participatie in Pleegzorg ‘ geen lege doos te maken maar een mooi ogende doos met als inhoud, waardigheid en gelijkwaardigheid, respect, vertrouwen, verantwoordelijkheid, verbondenheid en ervaringsdeskundigheid.

Deze hoop ‘ ons werkboek ‘ Participatie in Pleegzorg ‘ is mooi verpakt overhandigd door Lara de pleegdochter van Barbara aan de diensten voor pleegzorg en alle betrokken partijen. 

Aan ons allen om voluit te gaan voor PARTICIPATIE!!

klik hier voor de besprekingen en foto's van het slotmoment participatie

Paula Durinck

Pleegzorger, bestuurslid van de Vlaamse Vereniging van Pleeggezinnen