We hebben 72 gasten en geen leden online

Verontwaardiging bij pleegouders door afschaffing spaargelden pleegkinderen:

Jullie vernamen het allemaal via de pers of via je dienst voor pleegzorg: onze overheid spaart niet meer  voor pleegkinderen (zie persartikel Gazet van Antwerpen op onze website) . De verontwaardiging bij pleegouders en pleegkinderen was groot. De reactie van Jongerenwelzijn (zie http://www.jovandeurzen.be/sites/jvandeurzen/files/Spaargeld%20voor%20Pleegkinderen%20-%20Jongerenwelzijn%20%26%20Pleegzorg%20Vlaanderen.pdf)) deed uitschijnen dat dit in overleg gebeurd is.

Niets is minder waar.

In februari vorig jaar kwam het onderwerp spaargeld ter sprake in het Pleegzorgpunt (= de voorloper van Partners in Pleegzorg). De overheid was immers volop bezig met hervormingen naar aanleiding van het nieuwe decreet pleegzorg. Ook het spaargeld zou wellicht hervormd worden. De werkgroep (met hierin vertegenwoordigers van VVP en diensten voor pleegzorg) deed toen enkele voorstellen (zie tekst in bijlage).

Groot was echter onze verbazing toen deze voorstellen niet alleen van tafel werden geveegd, maar ook voorgesteld werd om het spaargeld gewoonweg af te schaffen. De VVP schreef toen volgende brief naar het Raadgevend Comité Jongerenwelzijn  (zie bijlage).

Het heeft niet mogen baten: in de uitvoeringsbesluiten van het decreet werd het spaargeld inderdaad afgeschaft. De dagvergoeding werd weliswaar verhoogd, maar dit compenseerde enkel de afschaffing van het zakgeld voor pleegkinderen.

Pleegouders worden dus verondersteld zelf te sparen voor hun pleegkind. Dat dit niet voor elk gezin evident is, hoeft geen betoog.

De VVP wil het hier echter niet bij laten en beraadt zich momenteel over verdere acties.

Els Van Achter

 

Pleegzorgpunt          januari 2013 p/a Ravenstraat 98, 3000 Leuven   

SPAREN IN PLEEGZORG1  

1. Waarom deze nota? Voor een aantal pleegkinderen opent de Vlaamse overheid een spaarboekje. Deze nota geeft een kort overzicht van de manier waarop dit gebeurt. De initiële bedoeling was om pleegkinderen een zo goed mogelijke (financiële) start in het leven te geven eenmaal ze volwassen zijn.  Jammer genoeg zorgt het spaarboekje soms voor problemen. Deze nota zoomt in op een aantal van deze problemen. Het Pleegzorgpunt, de gesprekstafel tussen cliënten in pleegzorg, pleegzorgers en diensten voor pleegzorg, stelt een aantal oplossingen voor om deze problemen te verhelpen.  

2. Het spaarsysteem in pleegzorg Tot op vandaag bestaan er nog altijd 4 pleegzorgadministraties. Ook op het vlak van sparen stellen we verschillen vast. 

• Pleegzorg-Jongerenwelzijn Het spaarsysteem binnen pleegzorg-Jongerenwelzijn kent grote parallellen met het spaarsysteem binnen de residentiële voorzieningen in deze sector. Het besluit van de Vlaamse Regering van 22 mei 1991 (B.S. 12 juli 1991) voerde het verplicht sparen in voor pleegkinderen in de Bijzondere Jeugdbijstand. Eén derde van de kinderbijslag werd door de Vlaamse overheid gestort op een spaarrekening2 op naam van het pleegkind.  

Sinds 1 januari 2009 spaart de overheid maandelijks voor elk pleegkind hetzelfde bedrag: 63,64 euro. Men stelde immers zeer grote verschillen vast tussen de pleegkinderen onderling: het gespaarde bedrag was gerelateerd aan de kinderbijslag en dus aan de plaats en de positie van het pleegkind in het pleeggezin.  De relatie met de kinderbijslag is daarmee doorbroken3. 

Als het pleegkind meerderjarig is, kan het vrij beschikken over deze som geld. Voordien is toestemming nodig van de verwijzer (jeugdrechter of Comité BJB).  

Sinds 2003 krijgt de persoon die voor de pleegzorgsituatie de kinderbijslag kreeg (in de praktijk dikwijls de moeder van het pleegkind) een bedrag van 52,74 euro van hetzelfde kinderbijslagfonds. Dit is een beslissing van de federale overheid en geldt

                                                 1 Met dank aan Karina Van Belle, JIG voor het aanleveren van heel wat basisinformatie verwerkt in deze nota, aan prof.dr. Johan Put voor zijn juridische commentaar en aan de leden van het Pleegzorgpunt 2 Op dit ogenblik bij BNP Paribas Fortis 3 Tezelfdertijd wijzigde de Vlaamse overheid ook het onkostenvergoedingssysteem voor de pleegouders. Tot 2009 kregen de pleegouders een onkostenvergoeding waarvan de Vlaamse overheid de kinderbijslag aftrok. De pleegouders krijgen nu de volledige kinderbijslag en daarbovenop een beperktere onkostenvergoeding.

 2

voor alle pleegzorgsituaties in België. Deze som wordt beschouwd als tussenkomst in de kosten voor bezoek, verblijf tijdens vakanties, enz. van het pleegkind.  

• Pleegzorg-VAPH4 Binnen het VAPH bestaat geen verplicht spaarsysteem zoals binnen het Agentschap Jongerenwelzijn. De diensten voor pleegzorg vragen wel aan de pleeggezinnen om hetzelfde systeem toe te passen als binnen Jongerenwelzijn. Dit gebeurt dus op vrijwillige basis. 

• Pleegzorg binnen GOP5 of binnen de psychiatrie6 Bij deze vormen van pleegzorg (meestal kortdurend) is er geen spaarsysteem in voege.  

3. Sparen in pleegzorg in de praktijk Als pleegkinderen lange tijd in een pleeggezin wonen, kan het spaarboekje vrij omvangrijk zijn.  Dylan was 4 maanden oud toen hij geplaatst werd in een pleeggezin. Momenteel is Dylan 16 en bedraagt zijn spaargeld 11.067 euro. 

In veel gevallen gebruikt het volwassen geworden pleegkind zijn of haar spaarboekje waarvoor het initieel bedoeld is: als een nuttig startkapitaal om zijn of haar volwassen leven uit te bouwen. Sommigen kopen er meubels mee of een scooter of een ander vervoermiddel om naar school of het werk te gaan, of gebruiken het geld om studiekosten of een huurwaarborg te financieren.  Ook hoorde ik eens dat een jongere van 18 jaar het geld ging gebruiken om zijn waarborg te betalen omdat hij alleen ging wonen (of bzw). Of voor meubels te kopen enz.  

Een eigen spaarboekje bevordert ook het gevoel van eigenwaarde bij de jongeren omdat zij niet langer volledig ‘afhangen’ van hun pleegouders of hen ‘dankbaar’ moeten zijn. Het stelt hen in staat eigen keuzes te maken op hun weg naar zelfstandigheid. 

Met de hulp en het advies van de pleegouders en van de begeleidende dienst voor pleegzorg slagen veel jongeren er in om deze gelden goed te besteden of te investeren. In overleg met de jongere en de pleegouders en eventueel met de verwijzer (in geval van een maatregel Verlengde Hulpverlening) worden voorstellen geformuleerd voor het omgaan en beheren van deze geldsom. Er kunnen ook afspraken gemaakt worden. Ik heb eens een jongen begeleid die op 18 jaar alleen wilde gaan wonen.  Hij wist dat hij een hoop spaargeld had (was al van zijn 2 jaar in het pleeggezin). In alle openheid hebben we besproken dat hij dit geld zou kunnen beleggen (op een veilige manier) zodat hij er binnen enkele jaren van zou kunnen genieten als zijn leven wat meer vorm zou hebben. 

Uit ervaring blijkt dat het ingaan op deze voorstellen en naleven van de afspraken vaak samenhangt met de mate van vertrouwen en verstandhouding tussen de jongere en zijn (ex-)pleegouders. Hoe intensief en gericht deze begeleiding gebeurt voor de 18de verjaardag van de betrokkene, kan verschillen van pleegouder tot pleegouder, van begeleider tot begeleider, van dienst tot dienst en van sector tot sector. 

                                                 4 VAPH = Vlaams Agentschap Personen met een Handicap 5 GOP = gezinsondersteunende pleegzorg 6 Slaat enkel op de paar situaties binnen OPZ-Geel

 3 

4. Wat is het probleem? We merken dat het voor sommige jongeren moeilijk is om hun spaargeld op een ‘juiste’ wijze te beheren. Dit leidt vaak tot buitensporige uitgaven, ja zelfs verkwisting, en dit ondanks de voorbereidende gesprekken met de jongere door de pleegouders en de begeleidende dienst voor pleegzorg.  Zo had ik een meisje aan de lijn dat bijna omver viel toen ze hoorde dat ze 4.000 euro op die rekening had staan. Wat zij daarmee ging doen.....??? Geen idee! En ook geen controle, want ze is niet meer in begeleiding. 

Ik heb hier echt al veel problemen mee gehad. 12.000 euro op drie maanden tijd gewoon weg. En zo ...

We zijn dan samen naar de bank gegaan, kasbonnen gekocht, enz... En wat bleek nadien, achter mijn rug en die van de pleegouders, is hij enkele dagen later alles gaan afhalen, veel uitstapjes betaald en alles op enkele weken tijd erdoor gedraaid … 

Het spaargeld kan ook bijna perverse effecten hebben. Ik hoorde vandaag ook van een +21jarig pleegkind dat een heel groot bedrag op haar spaarboek heeft en nu geen leefgeld zou krijgen van het OCMW omdat ze niet behoeftig is… 

Jammer genoeg bestaan er geen cijfers over het aantal pleegkinderen dat het moeilijk heeft om op een oordeelkundige manier om te gaan met hun spaargeld7. Toch vinden zowel de ouders, de pleegouders en de diensten voor pleegzorg verenigd in het Pleegzorgpunt het probleem belangrijk genoeg om het a) bij de overheid te signaleren en om er b) oplossingen voor te suggereren.   

5. Naar een beter spaarsysteem in pleegzorg • Het spaarsysteem van de overheid voor de jongeren binnen Jongerenwelzijn biedt deze jongvolwassenen de kans om vanuit een kleine of grotere financiële reserve hun eigen leven in handen te nemen en concreet uit te bouwen. Dat is ook zo in pleegzorg.  Bovendien hebben volwassen geworden pleegkinderen geen enkele garantie meer op ondersteuning, noch financieel noch materieel. Dat is niet zo voor kinderen die bij hun ouders wonen. Daar geldt immers nog de onderhoudsplicht. Het spaargeld kan dat voor een deel oplossen.   

• Toch kan het systeem verbeterd worden. Waarom bv. niet sleutelen aan de uitbetalingsmodaliteiten? Het spaargeld maar geleidelijk vrijgeven of vervroegd laten opnemen in het kader van bv. kamertraining zijn hiervan voorbeelden.    Volgens mij moet er een beter systeem uitgewerkt worden waarbij de jongere eerder in verschillende fasen over dat geld kan beschikken. Bv over 3 jaar: een eerste schijf in het eerste jaar, een 2de schijf in het 2de jaar, enz...  •

•• • Of het uitgeven van het spaargeld koppelen aan welbepaalde omschreven projecten: huurwaarborg, studiefinanciering, halen van rijbewijs, medische kosten, vervoermiddel om te gaan werken, …? Ik hoor wel bij verschillende pleegouders dat dit leeft.  Ze vragen zich bv. af waarom het niet beter opgevolgd wordt. Dat ze het geld bv. enkel krijgen als dit voor een bepaald zinvol doel gebruikt wordt of zo zoals een rijbewijs halen, alleen wonen, ... 

Een (niet limitatieve) opsomming van zaken waarvoor goedkeuring kan gegeven worden, wat wel verantwoord is: bv. huurwaarborg, aankoop uitzet en meubelen bij kringwinkels, aankoop fiets/brommer/auto(tje) om te gaan werken, betalen van medische kosten, … is daarbij dan ook wel op te nemen.

                                                 7 De auteur van deze nota schat het aantal moeilijke situaties op 15 à 20 %.

 4  •

•• • Toch beseft het Pleegzorgpunt ook dat een aanpassing van het spaarsysteem niet mag leiden naar een zware administratieve omkadering, noch bij de overheid, noch bij de diensten voor pleegzorg, en zeker niet bij de pleegzorgers. Het indienen van een project zoals onderstaande pleegouder suggereert, zal – hoe interessant het voorstel op zich mag zijn – daar zeker toe leiden. Wie zal immers de projecten beoordelen? Wie zal bv. alle projecten beoordelen? Wie zal de pleegkinderen en ex-pleegkinderen begeleiden om een project op te stellen? Het gaat immers om een relatief groot aantal dossiers: in 2011 registreerde Pleegzorg Vlaanderen bv. 689 pleegkinderen tussen 15 en 18 jaar. Op 3 jaar tijd worden die meerderjarig…  Wel, laat hen een project indienen en laat de overheid rechtstreeks de leveranciers betalen (tenzij de facturen door de betrokkenen al voldaan zijn) en het verkwisten van geld aan snelle auto’s, op café gaan en aan drugs zal snel gedaan zijn.  Het vergt wat meer werk van de overheid, maar weten dat geld van de belastingbetaler goed besteed wordt en niet verkwanseld is dat toch wel waard. 

• Hoe een en ander opgelost wordt, moet juridisch correct gebeuren.  Een voorbeeld. Een spaarboekje op naam van het pleegkind blijft bv. zijn of haar eigendom. Als het pleegkind meerderjarig wordt, kan hij/zij er dan ook over beschikken. Juridisch-bancair kan men daar niet zoveel aan veranderen. 

• Het spaargeld kan in geen geval ingebouwd worden in het onkostenvergoedingssysteem voor de pleegouders. De bedoeling van het spaarsysteem voor de pleegkinderen heeft tot doel hun start in het leven te ondersteunen, het onkostenvergoedingssysteem heeft tot doel de gemaakte onkosten van de pleegouders te vergoeden.    

6. Criteria voor een beter (spaar)systeem in pleegzorg De initiële bedoeling van de Vlaamse overheid was om pleegkinderen een klein startkapitaal mee te geven als ze volwassen worden. Op zich is en blijft dat een goede zaak. Het is belangrijk daarbij een aantal criteria te definiëren waaraan een mogelijke verbetering moet voldoen. 

a) Volwassen geworden pleegkinderen moeten kunnen blijven beschikken over een startkapitaal om hun volwassen leven te beginnen. b) De administratie om het startkapitaal te bekomen, moet beantwoorden aan de initiële bedoeling, eenduidig en doorzichtig zijn. c) De uitbetaling van het startgeld mag niet gepaard gaan met een zware administratieve last en misbruiken moeten zoveel mogelijk voorkomen worden. c) Stigmatisering van het ex-pleegkind moet vermeden worden.  

7. Een voorstel 

VOORSTEL A 

De overheid blijft op haar begroting middelen voorzien zodat pleegkinderen over een startkapitaaltje beschikken als ze hun eigen leven willen uitbouwen. Het huidige bedrag per maand opvang in pleegzorg blijft behouden.  

 5

De overheid kan overwegen om dit bedrag pas toe te kennen voor pleegzorgsituaties van een bepaalde duur (vanaf 6 maanden, vanaf 1 jaar?).  

VOORSTEL B 

Het huidig systeem van individuele spaarrekeningen op naam van het pleegkind wordt vervangen door een systeem van ‘geïndividualiseerde trekkingsrechten’. De term ‘spaargeld’ wordt vervangen door de term ‘startgeld’.8   

VOORSTEL C 

De overheid stelt in overleg met de partners in het Pleegzorgpunt een limitatieve lijst van projecten of soorten uitgaven waaraan het startgeld mag besteed worden.  Afwijkingen kunnen alleen toegestaan worden na motivatie en een positieve evaluatie door een door de overheid gemandateerde organisatie (zie verder onder D).  

VOORSTEL D 

Om de trekkingsrechten uit te oefenen, kan het pleegkind zich wenden tot verschillende door de overheid gecontroleerde instanties: ofwel de dienst voor pleegzorg die het laatst betrokken was bij de pleegzorgsituatie, ofwel het CAW of het OCMW van de woonplaats van het volwassen geworden pleegkind. Het startgeld mag niet beschouwd worden als inkomsten van het pleegkind, dit om mogelijke gevolgen voor bv. het uitbetalen van het leefloon te vermijden en uit te sluiten. 

Deze organisaties kunnen de uitgaven verhalen op de Vlaamse overheidsadministratie die het startgeld aangelegd heeft. Zij kunnen na onderzoek en op basis van een gemotiveerde vraag van het volwassen geworden pleegkind afwijkingen van de limitatieve lijst toestaan. 

Bij de uitbetaling van het startgeld moet stigmatisering van het pleegkind vermeden worden.  

VOORSTEL E 

De Vlaamse overheid verwittigt het  pleegkind dat 18 jaar geworden is, dat het  over ‘startgeld’ beschikt, de grootte ervan en de manier waarop het dit startgeld kan gebruiken. 

                                                 8 Bij voorkeur wordt het startgeld door de overheid systematisch opgebouwd in een fonds dat kapitaliseert, zodat de bedragen niet ontwaarden.

 6 

VOORSTEL F 

Zolang het pleegkind minderjarig is, is het akkoord van de verwijzer nodig om eventueel gemotiveerd van de limitatieve lijst af te wijken.  

VOORSTEL G 

De Vlaamse overheid stemt dit systeem van startgelden in pleegzorg af met de spaarsystemen voor andere uit huis geplaatste minderjarigen.   

8. Een alternatief? Een alternatief voorstel kan erin bestaan het huidig systeem van spaargeld te behouden maar het gespaarde bedrag niet op een gewoon spaarboekje te storten maar op een termijnrekening waarbij gestipuleerd wordt dat het spaargeld maar op een bepaalde leeftijd vrijkomt of in termijnen van bv. 3 jaar.  Dit alternatief is administratief eenvoudiger maar zal allicht de gesignaleerde problemen niet kunnen vermijden. Bovendien zal het de situatie van een aantal volwassen geworden pleegkinderen moeilijker maken.  

9. Tot slot Er blijven vanzelfsprekend een aantal vragen open.  Als het spaarsysteem voor pleegkinderen zou gewijzigd worden, is dat dan geen discriminatie met kinderen en jongeren die in een residentie geplaatst zijn? Anderzijds: als de kinderbijslag (de financieringsbasis voor het spaarsysteem bij residentiële plaatsing) toch Vlaamse bevoegdheid wordt, kan die vorm van discriminatie uitgevlakt worden.  En: hoe moeten we evolueren van het ‘oude’ spaarsysteem naar een nieuwe manier van doen? Vervallen de rechten van de pleegkinderen die nu nog over een spaarboekje beschikken?    

Chris Degheldere, voorzitter Pleegzorgpunt

 

Betreft: Ontwerpadvies 2013/01 inzake spaargelden voor pleegkinderen van het Raadgevend Comité voor Jongerenwelzijn. 

 

Beste leden van het Raadgevend Comité, 

De voorstellen in de nota’s ‘Sparen in Pleegzorg’ van het Pleegzorgpunt en ‘Sparen voor pleegkinderen door de overheid’ van de federatie Pleegzorg Vlaanderen stuitten op een negatief advies van de Raad. 

Deze voorstellen werden geformuleerd in een gezamenlijk overleg tussen een aantal pleegouders en medewerkers van diensten voor pleegzorg. Zij maken in de praktijk regelmatig mee dat jongeren de grote som geld die vrijkomt op hun 18de verjaardag voor verkeerde doeleinden gebruiken. Tegenover deze groep staat echter een nog veel grotere groep van jongeren die het gespaarde geld zeer nuttig besteden. Voor hen dient deze spaarpot als springplank naar een zelfstandig leven. 

Volgens de leden van het Raadgevend Comité Jongerenwelzijn druisen de voorstellen in tegen het zgn. ‘gelijkheidsbeginsel’ dat garandeert dat elke jongere -op het ogenblik dat hij de meerderjarigheid bereikt- volledig en onvoorwaardelijk kan beschikken over zijn spaargelden (behoudens bij handelingsonbekwaamheid). 

Indien het hier zou gaan over spaargelden die de betrokkenen zelf zouden vergaard hebben (of hun eigen familie),is dit standpunt correct. Maar het gaat hier over geld dat door de overheid, en dus door de gemeenschap, ter beschikking wordt gesteld aan de betreffende jongvolwassene . Wij zijn van mening dat de gemeenschap ook de controle mag hebben over het feit dat die middelen goed besteed worden. Elke volwassene die een toelage van de overheid wenst te bekomen, moet daartoe verantwoording afleggen.  

In het advies van de raad werd de vraag gesteld of het overheidsbudget dat momenteel aan spaargelden wordt besteed niet beter gebruikt worden voor de versterking van pleegzorg. Meer steun voor pleegzorg kunnen we uiteraard alleen maar toejuichen, maar het kan niet de bedoeling zijn om het budget dat ten goede komt aan pleegkinderen hiertoe aan te wenden.  

Het systeem van spaargeld voor pleegkinderen (en bij uitbreiding alle kinderen in de bijzondere jeugdzorg) heeft wel degelijk nut. Wij hopen dan ook dat dit niet zonder meer afgeschaft wordt, zonder dat er een volwaardig alternatief in de plaats komt.  

Met vriendelijke groeten, 

Els Van Achter Voorzitter Vlaamse Vereniging voor Pleeggezinnen vzw (VVP)